Persbericht: Verplichte certificering warmtepompen

Dit bericht is afkomstig van: Nederlands Platform Warmtepompen

Per 1 oktober 2014 gaat er een certificering gelden voor het installeren van warmtepompen. Dit vloeit voort uit de AMvB Bodemenergie die per 1 juli 2013 van kracht is.

Certificering maakt onderscheid tussen kleine en grote warmtepompsystemen

Op 1 juli 2013 is de AMvB bodemenergie (officieel Wijzigingsbesluit bodemenergiesystemen) in werking getreden. Daarbij is ook een verplichte certificering van kracht geworden. Deze certificering geldt voor alle bedrijven die bodemenergiesystemen ontwerpen, installeren en/of beheren en onderhouden. Dit betekent in de praktijk dat elk bedrijf dat deze activiteiten wil blijven uitvoeren vanaf 1 oktober 2014 dient te beschikken over een erkenning van de overheidsinstantie Bodem+. Voor het verkrijgen van die erkenning heeft het bedrijf één of meerdere certificaten nodig. Dit is afhankelijk van het soort werkzaamheden die worden uitgevoerd.

Deze verplichte certificering geldt niet alleen voor het adviesbureau die het systeem ontwerpt of het boorbedrijf dat het ondergrondse deel realiseert. Ook het installatiebedrijf dat voor de uitvoering verantwoordelijk is, zal vanaf 1 oktober 2014 hiervoor moeten zijn gecertificeerd.

 

Onderscheid tussen groot en klein

Vanwege de verplichte certificering volgens de AMvB bodemenergie wordt er in de BRL 6000-21 onderscheid gemaakt tussen kleine (deel 1A) en grote warmtepompsystemen (deel 1B). Beide met de bodem als bron. De kleine systemen zijn individuele warmtepompsystemen voor woningen. Installatiebedrijven die alleen kleine warmtepompen aanleggen, kunnen zich beperken tot de eisen zoals die zijn vastgelegd in BRL 6000-21 Individuele Woninginstallaties (deel 1A). Het bijbehorende diploma kan worden gehaald door het Cito-examen Warmtepompen voor Individuele woningen af te leggen.

Voor bedrijven die alle systemen, woningbouw en utiliteit, moeten kunnen realiseren, gelden voor het bovengrondse deel van de bodemenergiesystemen de algemene kwaliteitseisen zoals vastgelegd in de BRL 6000-21 (deel 1B). Voor wat betreft het ondergrondse deel dat voor bodemenergiesystemen van toepassing is, zijn de algemene kwaliteitseisen vastgelegd in de BRL SIKB 11000.

Kortom, de installatiebedrijven die alleen kleine systemen realiseren, moeten weliswaar worden gecertificeerd, maar hoeven niet de uitgebreide certificering te hebben. Bedrijven die grote systemen realiseren moeten wel die uitgebreide certificering hebben.

 

Onderdeel van de certificering is dat bedrijven moeten kunnen aantonen dat de medewerkers die voor de betreffende werkzaamheden verantwoordelijk zijn ook alle hiervoor noodzakelijke kennis in huis hebben. Dit kan in de praktijk gemakkelijk worden aangetoond ingeval men beschikt over het betreffende diploma. In de BRL staat aangegeven welke diploma’s vereist zijn.

 

Opleidingen en diploma’s

Voor het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem geldt voor de vakbekwaamheid op het niveau van de BRL 6000-21 deel 1A het diploma Ontwerpen van individuele warmtepompsystemen voor woningen.

De cursus die opleidt voor dit diploma wordt gegeven door de Warmtepomp Academy (zie www.warmtepomp-academy.nl)

 

Voor het aantonen van de vakbekwaamheid voor zowel de kleine als grote warmtepompsystemen (bovengrondse installaties) geldt de vakbekwaamheid op het niveau van de BRL 6000-21 (deel 1B; woningbouw en utiliteit). Hierbij dient men minimaal te beschikken over het diploma Basiscursus Vakmanschap Bodemenergie (cursus B) én het diploma van onderdeel C (Specialisatie Bovengrondse systemen). De opleidingen voor deze examens als ook voor de specialisaties voor het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem, worden gegeven door BodemenergieNL (zie www.bodemenergieNL.nl).

De examens die dienen als ondergrond voor de certificering van zowel kleine als grote systemen worden allen door het Cito afgenomen. Voor nadere informatie zie: www.cito.nl/bedrijven/examens.

http://www.platformwarmtepompen.nl