Congres over restwarmte met primeur van Agentschap NL

Veel warmte die vrijkomt bij industriële of bedrijfsprocessen verdwijnt nog altijd via de schoorsteen of het koelwater in ons milieu. Deze onbenutte energie kan men elders echter goed gebruiken. Bijvoorbeeld bij bedrijven of woningen in de omgeving. Daardoor kunnen we de CO2-uitstoot In belangrijke mate terugbrengen en ontstaat er een duurzame, circulaire economie op lokaal niveau. Het seminar 'Slimmer met de rest', georganiseerd door DWA in samenwerking met CE Delft, Stichting Warmtenetwerk en AgentschapNL, bracht alle partijen bij elkaar die een rol spelen In processen van warmte-uitwisseling: overheden, de industrie, fabrikanten van technische oplossingen en adviseurs. Zo'n 120 deelnemers wisselden van gedachten over de actuele stand van zaken, voorbeeldprojecten en de knelpunten in de praktijk.

Handreiking Gebiedsgerichte Warmte-uitwisseling

Goed businessplan vereist samenwerking. Warmte-uitwisseling staat of valt met samenwerking en goede businessplannen. Alleen de aanwezigheid van aanbod en vraag van warmte is niet genoeg. Partijen moeten tot elkaar komen en vervolgens een realistisch plan uitwerken. Lex Bosselaar en Joop Bormans van Agentschap NL lanceerden op het congres een tool die de aanjagers van projecten houvast geeft bij het organisatorische proces. De Handreiking Gebiedsgerichte Warmte-uitwisseling geeft snel inzicht of plannen kansrijk zijn en leidt de initiatiefnemers stap voor stap door het proces. De instrumenten in de handreiking dragen bij aan weloverwogen beslissingen en gedegen businessplannen waardoor projecten kansrijker worden voor zowel financiering als de uiteindelijke realisatie.

De handreiking is te vinden op de site van Agentschap NL en is een dynamisch document. Nieuwe ervaringen en kennis zullen het hulpmiddel constant verder optimaliseren.

 

Mooie praktijkvoorbeelden 

Dat er al veel positiefs is bereikt op het gebied van warmte-uitwisseling in Nederland, dat werd wel duidelijk tijdens het seminar. De bereidheid is er en het groeiend technisch vernuft verbreedt de mogelijkheden. Er zijn dan ook een aantal fraaie praktijkvoorbeelden. Op het congres werden een stuk of wat projecten gepresenteerd:

  • warmtenet Marum
  • composteerwarmte en CO2 van De Meerlanden naar kassen bij Aalsmeer
  • warmte van AVR Rozenburg voor Rotterdam  
  • restwarmte van papierfabriek Sappi voor Noordwest Entree Maastricht
  • Green Deal Warmtenetten Zuid-Holland
  •   Agro & Food Cluster Nieuw Prinsenland bij Suikerunie Dinteloord

 

Innovatie biedt nieuwe mogelijkheden 

Bij de praktijkvoorbeelden kwamen al meerdere innovaties aan de orde. Marjon van Ginneken van Essent Local Energy Solutions liet zien hoe in Maastricht industriewarmte koude levert en zelfs klimaatneutrale elektriciteit. Meer dan twee miljoen kWh stroom per jaar levert de combinatie van restwarmte en aardgasexpansie in Maastricht op.

Nieuwe ontwikkelingen in de techniek bieden nieuwe kansen voor restwarmte. Klaas de Jong van Warmtenetwerk gaf een aantal voorbeelden uit Scandinavië en Milaan waar men warmte van lage temperatuur met speciale warmtepompen opwaardeert tot een bruikbare temperatuur voor een warmtenet. 'Laagwaardige warmte is er in overvloed', aldus De Jong. Sportiom in den Bosch is een voorbeeld uit Nederland met een warmtepomp van GEA Grasso voor hoge temperaturen.

Restwarmte is ook niet meer beperkt tot korte afstanden en pijpleidingen. Mobiele warmte biedt hiervoor de oplossing, zo meldde Egbert Klop van DWA. Door restwarmte op te slaan in speciale containers, kan de energie zelfs worden verplaatst via weg- of watertransport. Veel van deze nieuwe mogelijkheden stonden nog eens extra in de schijnwerpers op de informatiemarkt van het seminar.

Innovatie hoeft overigens niet alleen techniek te zijn. Marc van der Steen van RebelGroup kwam met innovatieve financieringsconstructies en Peter Heijboer met een methode om gebruik te maken van energielabels bij groene warmte.

 

Brede uitrol forceren

Dat de praktijk vaak weerbarstig is, kon Teun Biemond van Agrimaco toelichten aan de hand van de onderhandelingen over het project T4P (Tinte-Vierpolders). Bij dit project liep de discussie tussen winst op korte termijn met WKK in de glastuinbouw en winst op lange termijn met industriewarmte. Tijdens de onderhandelingen was de verhouding tussen gas- en stroomprijs nog gunstig voor WKK maar bij de huidige marktsituatie zou industriewarmte voor de tuinders veel voordeliger zijn geweest.

Jos Benner van adviesbureau CE Delft sloot het seminar af met een pakkende samenvatting. Daarin kwam naar voren dat het onacceptabel is dat veel warmte verloren gaat. Er kan veel en er moet veel, er gebeurt ook al veel, maar het gaat nog niet vanzelf. Om een bredere uitrol te forceren, moeten we slimmer verder met restwarmte. Door te zorgen voor brede maatschappelijke beleidsvisies - waarin alle doelen en wensen zijn meegenomen - en die te hanteren als structurerend kader.

Maar ook door het aanbieden van restwarmte aantrekkelijker te maken, bijvoorbeeld door te laten betalen voor lozing of aanbieders van restwarmte te belonen.

Het is duidelijk dat de grote stappen komen van enthousiaste aanjagers. Die hebben extra steun nodig, van overheden, financiers, maar ook van netwerk- en energiebedrijven. Daarnaast kunnen overheden hun verantwoordelijkheid nemen door intelligente infrastructuren en buffers te stimuleren, via garantstellingen en stimuleringsbeleid.

 

De presentaties zijn beschikbaar op www.dwa.nl.